0174 - 38 68 01
Gildestraat 215, 2671 BW Naaldwijk
Opleidingen in professioneel
en persoonlijk leiderschap

Word de beste leidinggevende van het bedrijf.

Home/Blogs

Blogs

Jij bent ook een blauwe, hè?

17 oktober 2019

“Persoonlijkheid is slechts een van de bronnen voor gedrag […]. Je kunt daarom beter gedrag en vaardigheden meten dan persoonlijkheid.”

“Al die persoonlijkheidstesten of -analyses bestaan alleen maar omdat […] hr-medewerkers én werkgevers niet erg kritisch zijn als het op dit soort tests aankomt.”

Afgelopen juni schreef psycholoog Jan Derksen een artikel in vakblad Werk & Veiligheid en nu.nl heeft hem daar onlangs over geïnterviewd.

Derksen stelt dat veel van de huidige persoonlijkheidstests onnodig inbreuk maken op iemands privacy en dat het schadelijk zou kunnen zijn voor de mensen die ze ‘ondergaan’.

Hij zegt: “[…] jaarlijks [krijgen] duizenden mensen op basis van die test een etiket opgeplakt. Dat is op zijn minst een vervuiling van de identiteit, want je gaat leven met het idee dat je een bepaald type bent. In het ergste geval gaan mensen eronder lijden.”

Vaak wordt de ‘uitslag’ gepresenteerd als min of meer vaststaande profielen of karaktereigenschappen.

Dat dit schadelijke effecten kan hebben, weten we helaas ook uit eigen ervaring.

Een paar jaar geleden hebben wij er ook eentje gedaan – die wij probeerden, werkte onder andere met ons dna.

Bij mij bleek dat ik nooit enige ambitie in de verkoop zou hoeven koesteren, want ik ben geboren met het worrier-dingetje en niet met het warrior-dingetje.
Van die eerste ga je je vooral veel zorgen maken.
En mensen die zich zorgen maken, die kunnen niemand overtuigen van de voordelen.
Dus vergeet het maar met je sales.

In de maanden daarna, merkte ik dat me stiekem steeds vaker afvroeg wat ik aan het doen was. Want ik kan dan wel denken dat het te leren is (vroeger kon ik immers ook niet fietsen, of rekenen, of …), maar misschien heb ik het wel verkeerd?

Dit is precies het probleem met dit soort tests: mensen kunnen enorm aan zichzelf gaan twijfelen.
Dan horen ze dat ze ‘een blauwe’ zijn en gaan ze automatisch geloven dat dit hun karakter bepaalt en dat ze dit niet kunnen veranderen.
Zelfs als het tegenovergestelde gezegd is bij de bespreking van de resultaten 😉

Daarom is het veel effectiever om iets anders te meten.
Je hoeft namelijk helemaal niet te weten wie iemand is; je wil weten welke capaciteiten iemand bezit.

Ook voor het lijdend voorwerp is dit veel fijner, omdat het gaat over vaardigheden en niet over (vaststaande) persoonlijkheidskenmerken.
En vaardigheden kun je leren door te oefenen en te trainen.

Een mooie tool om de capaciteiten van jouw (potentiële) managers te analyseren, is ManagingResult.
Hierin worden achtentwintig essentiële manager-competenties in kaart gebracht.

De deelnemer vult een enquête en een zelfanalyse in, eventueel aangevuld met de analyse van een externe feedbackgever. Uit de enquête wordt berekend in welke mate de competenties tot uiting komen en de zelfanalyse (het spreekt een beetje voor zich) laat zien in welke mate de manager zelf vindt dat hij de vaardigheden beheerst.

Op basis van deze analyses vindt er een gemeenschappelijke vaststelling plaats en daarna kiest de manager zelf welke competentie hij als eerste wil ontwikkelen.

Abonneer je op onze wekelijkse tips voor leidinggevenden. 

“Dank voor de wederom heerlijke e-mail.”

“Ik geniet van elke mail die ik van jullie krijg.”

Zij worstelden en kwamen boven

10 oktober 2019

Deze week heeft weer een nieuwe groep PBC’ers het examen afgerond.

Dat zijn voor de studenten altijd twee spannende dagen, maar ook voor ons.

We hebben ze in het afgelopen jaar mogen begeleiden op een bijzondere reis waarin ze zichzelf hebben leren kennen. De belangrijkste dingen zijn soms het moeilijkst, maar wat hebben ze hard gewerkt! Ze zijn steeds weer opnieuw de confrontatie met zichzelf aangegaan en daardoor enorm gegroeid!

Wij vinden dat iedere student die het tot het examen weet vol te houden, zonder meer al een grootse prestatie heeft geleverd.
Zelf vinden ze dat eigenlijk ook wel, maar het examen blijft toch altijd een dingetje.

Want examens zijn namelijk eng.

Een examen is bedoeld om je in de val te laten lopen.
Examens zijn op zo’n manier opgezet dat je het nooit goed kúnt doen.
Examinatoren kijken ook niet naar wat je laat zien waarop ‘ie je kan laten slagen, maar hij zoekt het bewijs dat nodig is om je te laten zakken.

Of althans, dat is wat we allemaal hebben geleerd uit de examens die we hebben meegemaakt.

Hoe begrijpelijk dit soort conclusies ook zijn, het blijft een feit dat onze studenten nog nooit één van onze examens hebben gedaan. En daardoor hebben ze ook geen enkel bewijs dat onze examens zouden lijken op, bijvoorbeeld, een rijexamen.

Met andere woorden: ze hebben aangenomen dat twee dingen met dezelfde naam (een PBC-examen en een rij-examen) door die overeenkomst in hun naam ook inhoudelijk met elkaar te vergelijken zijn.

Nou zijn de meeste aannames die we doen heel nuttig, omdat ze ervoor zorgen dat je de wereld om je heen snel kunt begrijpen. En hoewel een aanname niet gebaseerd is op bewijs, ze werken wel.
Je hebt bijvoorbeeld helemaal geen afdoende bewijs voor jouw aanname dat je inbrekers buiten houdt door de achterdeur op slot te doen, maar je slaapt wel lekkerder als je aanneemt dat dit een goede maatregel is 🙂

Sommige vooronderstellingen – zoals die over examens – kunnen je echter goed in de weg zitten. En niet alleen jou natuurlijk, we hebben ze allemaal.

Om zo’n onterechte aanname te pareren, zijn er een paar vragen die je kunt stellen:
– Hoe weet je zo zeker dat ..aanname.. correct is?
– Waar leid je uit af dat ..aanname.. correct is?
– Wat heb je meegemaakt dat je weet dat ..aanname.. correct is?

Het kan soms best even puzzelen zijn om dit soort vragen lekker te laten lopen.

Eén van de manieren om dit te oefenen, is met behulp van ons Metamodel voor de Taal-kaartspel.
Het kaartspel onderscheidt vijftien verschillende van dit soort ‘denkfouten’ en leert je aan de hand van voorbeeldzinnen welke vragen je kunt stellen om de ontbrekende informatie boven water te krijgen.

Waarom zou je het (fiets)wiel opnieuw moeten uitvinden?

3 oktober 2019

Een ruime maand geleden werd onze mooie gemeente Westland uitgeroepen tot dichtst bebouwde gemeente van Nederland.
Een twijfelachtige eer die gelukkig goed te verklaren is, want bijna de helft van ons grondgebied staat vol met kassen. En daar groeien dan weer miljoenen plantjes in, dus eigenlijk valt het reuze mee.

Die planten veroorzaken tegelijkertijd ook wel een ander typisch Westlands verschijnsel: het barst hier van de vrachtwagens.
Al die tomaten, paprika’s, aubergines, phalaenopsissen en andere onuitspreekbare bloemen moeten natuurlijk met enige regelmaat naar de klant.
Veel mensen die voor het eerst langskomen, raken bijna in shock door de hoeveelheid vrachtwagens die in zo’n klein gebiedje rondcrossen.

Zo’n zelfde soort schrik kan je overvallen wanneer je in Amsterdam per ongeluk fietsers gaat tellen.

Een tijdje geleden had een vriendinnetje het onzalige idee opgevat om samen een weekendje toerist in eigen land te spelen. We zouden naar Amsterdam gaan en daar in een hostel slapen.
Met z’n twintigen op één kamer is niet mijn idee van leuk, maar goed, soms heb je wat voor elkaar over.

Om ons echte toeristen te voelen, hadden we fietsen gehuurd.

Als Nalekse meisjes waren we al een beetje onder de indruk van de hoeveelheid fietsers – als het nou vrachtwagens waren geweest… – maar het echte probleem waren de toeristen-op-fiets.

Want wat een drama zijn die.

De gemiddelde Nederlander-op-fiets functioneert prima in het verkeer. Natuurlijk zijn stoplichten vooral suggesties en is de kortste weg altijd de béste weg, maar in ieder geval houden ze zich aan de ongeschreven regels die we allemaal kennen.

Toeristen daarentegen, die doen maar wat.

Het allerergst: ze twijfelen.

Doen ze net alsof ze naar rechts gaan, gaan ze op het laatste moment toch rechtdoor. Zelfs al is dat de plek waar inmiddels vijftien anderen fietsen.
Zien ze eruit alsof ze door het rode licht gaan rijden, stoppen ze toch. Zelfs al betekent dit dat ze daardoor zeshonderdveertig achterliggers op hun bagagedrager hebben zitten.

Wat doen ze nou precies verkeerd?

Die arme toerist is vergeten z’n Amsterdamse voorbeeld te analyseren 🙂

Hij had eventjes z’n fietsie tegen een boom aan moeten zetten en een kwartiertje moeten kijken naar hoe dat nou eigenlijk werkt: fietsen in een stad.

Dan had ‘ie vanzelf gezien dat mensen richting niet aangeven door hun hand uit te steken, maar dat ze met hun stuur laten zien wat ze gaan doen. En dat het niet belangrijk is of jouw stoplicht toevallig groen is, maar of je kan oversteken zonder dat je dingen raakt.

Hij had van z’n rolmodellen moeten leren.

Wij Ollanders kunnen natuurlijk al fietsen, dus dat hoeven we niet meer van iemand te kopiëren.
Gelukkig zijn er nog veel meer vaardigheden die je niet zelf hoeft te ontdekken, maar waarvoor je alleen maar een goed rolmodel hoeft te vinden.

Je observeert jouw voorbeeld heel nauwkeurig en destilleert dan de precieze stappenvolgorde die hoort bij jouw gewenste vermogen.
Die stappen voer jij exact zo én in dezelfde volgorde uit, et voila!

Succes gegarandeerd 🙂

Eén van de elementen die je in de jaaropleiding tot Professional Business Communicator gaat leren is hoe je zo’n stappenvolgorde in kaart brengt. We leren je hoe je er achter komt welke stappen iemand neemt om resultaat te bereiken.
Je kunt de dingen die je zelf (nog) niet kunt, dan gewoon kopiëren van iemand die het proces al geperfectioneerd heeft.

Want waarom zou je steeds het (fiets)wiel opnieuw moeten uitvinden?

Onbeperkt prinsessenfilms kijken

18 september 2019

Voor Nederlanders is het woord ‘gratis’ bijna magisch.

Je kunt ons van alles laten doen in ruil voor de belofte dat we iets krijgen en daar (zogenaamd) geen geld voor hoeven te betalen.

Ons halve land staat vol met nepkristallenglazen van de Albert Heijn, vijf kilometer verderop tanken ‘want daar kun je Freebees sparen’ vindt niemand vreemd en zelfs wanneer we een pizza bestellen, wordt eerst nog even gegoogeld of er toevallig een kortingscode voor is.

Het was dus een goede keuze van Disney om in ons kikkerlandje te beginnen met een gratis proefversie 😉

Vanzelfsprekend waren wij hier thuis ook als de kippen bij – sommige vooroordelen moet je nu eenmaal gewoon in stand laten.

Dat, én het vijfjarige meisje in mij stond te springen van ongeduld. Het vooruitzicht onbeperkt prinsessenfilms te kunnen kijken bleek onweerstaanbaar.

Gelukkig hebben ze behalve de onbetwiste klassiekers ook alvast een heleboel andere films en series in het aanbod opgenomen. Eén van de opties voor volwassen prinsesjes is de serie Brain games.

In deze serie wordt je meegenomen in de wondere wereld van ons brein en hoe idioot sommige dingen door onze grijze massa worden aangepakt.

Ze laten je door middel van heel veel experimenten (die je zelf ook doet, en er dus ook zelf gigantisch intuint) zien hoe makkelijk ons brein in de maling te nemen is en ze leggen vervolgens uit hoe ons hoofd werkt waardoor dit kan.

Al meteen in de eerste aflevering gaan ze er vol tegenaan. Het onderwerp van die aflevering is de manier waarop jouw zintuigen de waargenomen informatie doorgeven en waaruit jouw brein vervolgens dingen concludeert die er helemaal niet zijn.

Je ziet bijvoorbeeld twee vlakken, een witte en een grijze, en vervolgens vertellen ze je dat die dezelfde kleur hebben.

Maar dat kan helemaal niet, want je zit er naar te kijken en het zijn écht twee verschillende kleuren.

Behalve dat het inderdaad exact dezelfde kleur is.

Er zit alleen een schaduwtje tussen, waardoor ons mainframe zegt ‘verdraaid, die schaduw, dat betekent dat het onderste stukje donkerder moet zijn, dus dat maak ik even zo.’

Voor als je nu denkt dat ik de clue verpest heb, dat geeft niets. Zelfs als je weet wat er gaat gebeuren, werkt het gewoon nog steeds zo. Ga maar kijken – dat is toch gratisch 🙂

De verleidelijke conclusie is dat we ons brein dus blijkbaar niet meer kunnen vertrouwen, maar dat is wel erg kort door de bocht. De technieken die we gebruiken onze waarnemingen te vertalen naar bruikbare informatie, zijn gebaseerd op wat we in de praktijk hebben geleerd dat waar is.

Dus jammer genoeg is er wat dat betreft niets aan de hand.

Wat wél belangrijk is om je te realiseren, is dat ons brein dus blijkbaar zelf allerlei gaten invult. Wanneer we informatie tekort komen om dat wat we waarnemen volledig te begrijpen, gaat ons hoofd daar gewoon van alles bijplakken om zo toch tot een conclusie te kunnen komen.

Nu je dit weet, kun je daar rekening mee houden wanneer jij jouw boodschap aan een ander wil overbrengen. Want ook zijn hoofd werkt exact hetzelfde.

Laat jij namelijk (per ongeluk) plekken open in jouw verhaal, gaat dat brein van die ander daar ik-weet-niet-wat invullen om het voor hem passend te maken en dan heb je dus geen idee wat het resultaat van jouw betoog gaat worden.

Zorg je er echter voor dat jouw boodschap van zó’n kwaliteit is dat alles direct helder is en er geen onduidelijkheden over zijn waarin de ander een bijzondere variatie kan maken, dan weet je zeker dat er gaat gebeuren wat jij voor ogen had.

Het is zelfs leuker: wanneer jouw boodschap de meest heldere is en ze ‘m direct begrijpen (in tegenstelling tot die vage rommel die ze van anderen krijgen), gaan ze nog met veel plezier doen wat je zegt ook 🙂

Natuurlijk is het dan de vraag ‘maar hoe doe ik dat dan?’
Hierover gaat de masterclass van 10 oktober.

En behalve dat we je leren hoe zo’n boodschap er uit ziet, gaan we ook direct aan de slag om jouw verhaal steeds zo aan te passen dat ‘ie voldoet.

Zo loop je aan het einde van de dag naar buiten met een boodschap die in één keer bij de ander binnenkomt en daar blijft hangen.

Mag ik deze schoen opeten?

10 september 2019

Sinds afgelopen vrijdagavond hebben we onverwacht een hondje te logeren.

Ze zou naar een pension zijn gegaan terwijl haar baasje op vakantie is, maar dat pension was op de één of andere manier dicht toen ze gebracht werd.
En baasje had haast, want baasje moest een vliegtuig halen, dus toen hadden wij ineens een hond zonder gebruiksaanwijzing.

Heel leuk beestje, maar wij hadden geen idee wat ze wel en niet kan en wat ze thuis wel en niet mag.

En zij weet dat natuurlijk ook niet van ons.

Dus, wat ze als eerste gaat doen, is antwoorden zoeken op de belangrijke vragen in een hondenleven:
– Mag ik op de bank slapen, ook als jij daar al zit?
– Mag ik zelf kiezen waar we heen lopen met uitlaten?
– Mag ik deze schoen opeten?

Aan jou als (tijdelijke) baas de schone taak om die antwoorden zo helder mogelijk te verschaffen en dan zijn er twee dingen heel belangrijk: het belonen van het gedrag dat je wel wil én het afkeuren van het gedrag dat je niet wil.

Dan weet le chien exact wat van ‘m verwacht wordt en kan ‘ie voldoen aan jouw regels.
En dat vinden hondjes leuk, want als roedeldier weten ze: als ik voldoe aan de regels van het opperhoofd, dan hoor ik bij de groep.

De vergelijking is misschien wat politiek incorrect, maar wij mensen werken hetzelfde :). We hebben, behalve een voorliefde voor eten, een belangrijke eigenschap met hondjes gemeen: we willen bij de groep mogen horen.

Van vorige week weet je nog hoe motiveren werkt, zo leer je ze wat ze moeten doen om bij de groep te mogen horen.

Maar als ze dan iets doen wat je niet wil, dan heb je geen mogelijkheden om bij te sturen.

Natuurlijk kun je ongewenste acties links laten liggen en gewenste acties motiveren, maar dan blijft het relatief vaag wat je nou precies van ze wil.

Daarom is het net zo belangrijk om in staat te zijn jouw mensen te demotiveren.
Demotiveren betekent natuurlijk niet ‘praat ze een depressie in’, het is niets meer of minder dan het tegenovergestelde van motiveren.

Dus: maak duidelijk dat ze 1) genegeerd en afgewezen worden; 2) weggestuurd worden; 3) nutteloos zijn en 4) dat ze een nutteloze bijdrage leveren.
Op die manier leren ze dat ze niet meer bij de groep mogen horen wanneer ze die specifieke actie uitvoeren.

Essentieel is dat jij je blijft realiseren dat het hier gaat om het bijsturen van gedrag. Het gaat alleen maar om de dingen die ze doen en nooit over hoe/wat ze zijn.

Wanneer je hiermee aan de slag gaat, zou het kunnen dat je merkt dat je iets vindt van demotiveren.
Veel mensen vinden het grof of oneerlijk. Ze vinden dat ze mensen als mensen horen te behandelen en krijgen het dan niet voor elkaar om duidelijk aan te geven wat ze als leidinggevende vinden dat niet kan.

Als jij hier stiekem ook een beetje last van blijkt te hebben, is het wellicht een idee om daar een coachinkje aan te wijden.
Je weet ons te vinden als het nodig is 🙂

Vijf gays in een zwarte pick-up

3 september 2019

Netflix beveelt met enige regelmaat de meest vreemde films en series aan.
Vaak lukt het me om ze te negeren, maar soms trap ik er toch weer in. Dan ziet iets er wel leuk uit en lijkt het op basis van die twee regels tekst wel om iets potentieel goeds te gaan.

Mijn meest recente poging was de film Wine country. Gaat over vier dronken Amerikaanse vrouwen zonder echte verhaallijn – wat je ook doet, trap er niet in.

De dames zullen ongetwijfeld de grootste lol hebben gehad met de opnames, maar als toeschouwer voelt het toch vooral alsof je de bob bent op een uit de hand gelopen zuipfeest.

Een veel leukere manier van nieuwe series ontdekken is op basis van wat mensen om je heen kijken en aanraden.
Niet alleen geven zij een veel nauwkeurigere omschrijving dan die twee regels lege tekst, maar ik vind het ook leuker om iets te kijken wanneer je weet dat iemand anders het ook leuk vindt.
Alsof je die ander wat beter leert kennen door je te verdiepen in dat wat ze aanspreekt.

Op die manier kom je bij allerlei een beetje vreemd, maar toch lekker-achtige dingen terecht.
Zoals bijvoorbeeld Queer eye, een fantastische serie over vijf homoseksuele mannen (de ‘Fab Five’, want waarom niet) die allerlei (hetero)mannen een broodnodige make-over geven.
Eén van de onderdelen van die make-over is dat ze ervoor zorgen dat hun slachtoffers een stukje stabieler door het leven kunnen gaan.

Dit doen ze op hun geheel eigen (hysterische) wijze, maar zodra je iets dieper kijkt, zie je dat ze motiveren volgens het boekje.
Een week lang overladen ze die mannen met gemeende complimenten die niet zozeer gaan over het uiterlijk (al vinden ze elke man natuurlijk handsome), maar vooral over hun instelling en intenties. Ze maken heel duidelijk dat ze de ander enorm waarderen en respecteren.

Ze hebben geen enkel probleem met het benoemen van de minder goed ontwikkelde kanten van de mannen, maar ze doen dit met zo veel flair en begrip, dat je die mannen gewoon ziet opbloeien.

Nou motiveren zij mannen om zichzelf fatsoenlijk aan te kleden, om een betere vader te zijn, of om met green stick aan de gang te gaan en dan kan het heel verleidelijk zijn om de methode af te keuren omdat het onderwerp niet jouw onderwerp is.

Maar ongeacht waar je iemand toe wil motiveren, de manier waarop je dat voor elkaar krijgt blijft hetzelfde: maak duidelijk dat ze 1) gezien en gehoord worden; 2) dat ze welkom zijn; 3) dat ze waardevol zijn en 4) dat ze een waardevolle bijdrage leveren.

Ieder mens heeft een natuurlijke behoefte om die vier aspecten bevestigd te zien.
Dus als jij degene bent die ze die bevestiging geeft, dan zullen ze automatisch met je mee willen omdat jij ervoor zorgt dat ze zich goed voelen.

Leren hoe je dat ook alweer doet, kun je doen door alle vier de seizoenen van Queer eye te analyseren.
Heb je nou niet zo veel zin in zevenentwintig uur hysterie of überhaupt wel wat beters te doen, in de jaaropleiding zijn we er een hele module mee bezig. Zo hoef je én het niet allemaal zelf uit te zoeken, én je leert in die twee dagen er nog een heleboel andere dingen bij.

Abonneer je op onze wekelijkse tips voor leidinggevenden. 

“Dank voor de wederom heerlijke e-mail.”

“Ik geniet van elke mail die ik van jullie krijg.”

Wij werken samen met onder meer:

Biografie

Ruim twintig jaar geleden richtte vader Jan het bedrijf op en begon hij met het opleiden en coachen van professionals in het bedrijfsleven. Het voornaamste probleem dat zijn klanten hadden, was het feit dat elke leidinggevende weliswaar vakinhoudelijk enorm goed geschoold is, maar dat zij nauwelijks worden opgeleid in het daadwerkelijk aansturen van anderen en het beïnvloeden van groepsprocessen.

Zo’n vijftien jaar later kwam zoon Joris het bedrijf versterken na het behalen van zijn vwo-diploma. Toen hij na een paar jaar ging studeren en zich in het studentenleven stortte, stapte dochter Maaike in de zaak. In eerste instantie vooral om de administratie te doen, want met een studie Neerlandistiek en een baantje bij de bakker had ze het druk genoeg.

Toch bleek dat bloed kruipt waar het niet gaan kan en na een paar maanden rondgelopen te hebben, begon het te kriebelen om meer dingen te gaan doen. Inmiddels zijn we drie jaar verder en bereiden Jan en Maaike zich voor op de aanstaande machtsovername 🙂

De geboorte en groei naar vandaag …
Op deze website worden er cookies gebruikt voor het analyseren en verbeteren van het gebruik van de website. Accepteer Cookies